Het kantoor als kunstwerk In een nieuw kantoor- of flatgebouw wordt na de afwerking wel eens een sculptuur geplaatst of een schilderij opgehangen. Sinds enige tijd integreert de Vlaamse overheid kunst in haar nieuwe gebouwen maar het is vrij ongewoon dat een privé-bedrijf een kunstenaar van het begin af als volwaardige partner bij een bouwproject betrekt. Dat deed SD WORX met kunstenaar Patrick Merckaert, die van de gerenoveerde Havenbuilding in Antwerpen een discreet kunstwerk maakte. Foto's, woorden en boeken in drie bewegingen. Het bestaande gebouw, aan het Van Schoonbekeplein in Antwerpen, werd uitgekleed tot op het betonskelet. Architect Paul van de Poel werkte met grotere glaspartijen en bracht aan de gevels een zonnewering met beweegbare lamellen aan, terwijl de bijkomende hoektoren, net zoals de hele sokkel, met groen koper werd bekleed. Vrij sobere ingrepen die de Havenbuilding meer persoonlijkheid geven. Op eenzelfde sobere manier ging kunstenaar Patrick Merckaert (46) aan de binnenkant te werk. Met een minimum aan middelen bereikt hij een maximum aan resultaat. In de entreehal hangt een grote foto van een vrouwengezicht geflankeerd door een even groot rood vlak: twee elementen die Merckaert als een rode draad in het gebouw zal gebruiken. Merckaerts eerste beweging is verticaal. Op elke verdieping bracht hij pal tegenover de liftdeur een grote, grofkorrelige foto aan, een herkenningspunt zodra je uit de lift stapt. Het gaat om steeds hetzelfde mannengezicht met steeds een andere blik en expressie. De keuze voor het gezicht is eenvoudig: 'Het is de keuze voor communicatie', zegt Merckaert. 'Kunst is een prima start voor een gesprek', vult Patric Serverius aan. 'Je staat met bezoekers in de lift en je begint over dat mannengezicht te praten. Communicatie is bovendien de hoeksteen van ons bedrijf.' Naarmate je hoger in het gebouw gaat schuift het gezicht ook naar boven: in de kelder zie je alleen de ogen van de man, op de hoogste verdieping schiet alleen nog zijn mond over. De dakverdieping van de Havenbuilding is een nagenoeg lege ruimte, met stoelen maar zonder tafels, om ongedwongen te vergaderen of te brainstormen. Het uitzicht rondom is indrukwekkend en wordt nog versterkt door de eenvoudige daktuin met helmgras aan de havenkant en strak geordende buxusplanten aan de stadskant. Het woord 'reflection' prijkt er op een ruit. Dat is niet toevallig, het is een onderdeel van de tweede beweging van Merckaert: de horizontale. Op elke verdieping bracht de kunstenaar woorden aan, op het vensterglas of op enkele zuilen. In totaal ongeveer 130. Nooit schreeuwerig, altijd subtiel. 'Het zijn zachte ingrepen, het is geen opdringerige kunst', legt Merckaert uit. 'Je pikt ervan op wat je wilt. Sommige mensen zien de woorden niet, anderen zien ze pas later en beginnen erover te praten of er zich vragen over te stellen. Dat is ook mijn bedoeling.' 'observation', 'destructiveness', form', 'faith', 'order': woorden die vaak een interactief spelletje met de onmiddellijke werkomgeving, de buitenwereld en de kijker spelen. Omdat hij in en met de ruimte werkt, noemt Merckaert zijn ingrepen liever 'integraties'. Hij koos woorden in het Engels om de band tussen het bedrijf en de wereld aan te geven. Een van de zuilen liet hij van benedenverdieping tot dak rood verven, als een oriëntatiepunt op elke verdieping. Op één verdieping bracht hij er het woord 'continuity' op aan. De derde beweging is die naar binnen. Merckaert ontwierp voor de werknemers een persoonlijk boekje met een foto voorin en een vijftigtal begrippen in het Nederlands, één per pagina, van 'mijn verlangen' tot 'mijn echtheid'. Het fraaie boekje is het bezit van elke werknemer. Het ligt verzonken in elke werktafel en is afgesloten met een gemakkelijk verwijderbaar glasplaatje. Van de boekjes werden vierhonderd dubbels gedrukt die gestapeld werden in een glazen zuil van 5,5 meter hoog die opvallend schuin geplaatst werd in een verbinding tussen de oude en de nieuwe kantoortoren, als was hij een achteloos weggezette bezem. Merckaert zegt dat het geen gemakkelijk project was omdat er bijvoorbeeld nauwelijks vrije muren zijn. Monumentale kunst kon ook niet. 'Er is veel glas, open kantoorruimte en twaalf zuilen per verdieping. Ik moest iets zoeken dat binnen die beperkingen kon werken. De kunst moest ook permanent, duurzaam en onderhoudsvrij zijn.' Merckaert werd van bij de aanvang bij het bouw- en renovatieproces betrokken. Zo kon hij zijn kunst echt 'integreren'. 'Het is altijd al mijn droom geweest om met architecten samen te werken', zegt de kunstenaar. 'Zo'n samenspraak is verrijkend voor alle betrokken partijen. Ik hou niet van de houding van 'moi, l'artiste'.' Eric Rinckhout (De Morgen)