Iemand die zo kan werken met architectuur, die zo kan vertrekken vanuit een gegevenheid, is natuurlijk een gedroomde partner voor een ruimtelijke integratie in een nieuw gebouw. En een opdrachtgever die de kunstenaar al van voor de aanvang der werken bij het project wil betrekken is niet alleen wijs maar ook echt met kunst begaan. SD Worx was aan uitbreiding toe en kocht een bestaand gebouw uit de jaren '60 om dat te renoveren en uit te breiden. Architect Paul van de Poel liet het fantasieloze, anonieme gebouw ontmantelen en gaf het een gezicht. De Havenbuilding - zoals het nu heet - bepaalt nu mee het beeld van de Brouwersvliet en het Van Schoonbekeplein te Antwerpen. Patrick Merckaert heeft er met zijn integratie een voorbeeld geschapen van hoe het kan. Hij maakte kennis met een structuur ontdaan van alle overbodigheid. Wat hem ter beschikking stond was een skelet. Geen hoge en brede wanden voor monumentaal werk, wel ramen rondom, pijlers en een bescheiden wand in de circulatieruimte met de liften. Hij werkte een project uit met drie gelaagdheden, drie bewegingen. Een eerste gelaagdheid is de horizontale beweging. Op elke verdieping bracht hij op een identieke hoogte woorden aan. Je kunt ze vinden op de ramen en op de pijlers, ze zijn er onopvallend alsof ze er altijd al waren. Het zijn Engelse woorden, ze moeten het internationale karakter van het werken in een wereldhaven beklemtonen. De woorden zijn niet zomaar woorden, ze hebben een expliciete betekenis. Ze hebben een betekenis an sich maar ook door de context van waaruit ze komen. Het zijn met name allemaal termen uit de frenologie, de pseudo-wetenschap die in de 19de eeuw grote bloei kende en die bepaalde delen van de hersenen verbond met verschillende cognitieve en emotionele vermogens (wat juist is) en dat zou dan op zijn beurt gevolgen hebben voor de vorm en de omvang van de schedel (wat onjuist is). Nogal wat mensen hebben daar de niet altijd plezierige gevolgen van ondervonden. Het aanbrengen van al die menselijke eigenschappen op ramen en pijlers brengt de menselijke inhoud van het gebouw naar voor. Het zijn de mensen die hier werken die het kapitaal van de firma uitmaken. De horizontale beweging is opgebouwd rond het mentale, de hersenen. De tweede gelaagdheid noemt Merckaert de interactieve beweging, ze speelt zich af rond het intieme, het hart. Ook hier gaat het om woorden, het zijn woorden neergelegd in een mooi ingebonden boek, te vinden in een met glas afgedekte bergplaats in het bureau van elke werknemer. Hier werd het Nederlands gebruikt, het boek is immers naar de persoon gericht. Elk woord wordt voorafgegaan door 'mijn', het gaat om 'mijn verlangen', 'mijn onthechting', 'mijn harnas'. Het boek kan door de betrokken werknemer steeds uit de bergplaats worden genomen en dienen tot reflectie en bezinning. Van elk van de boeken is een duplicaat gemaakt en die zijn verankerd in een glazen zuil die precies wat achteloos tegen een balustrade is gezet in een vide tussen twee verdiepingen. Tenslotte is er een verticale beweging, een gelaagdheid opgebouwd rond het gezicht, het uiterlijke. Hiervoor gebruikte de kunstenaar een reeks opnamen van een man die diverse gezichtsuitdrukkingen weergeven, hij gaf die een plaats in de ruimte waar de liften zich situeren. De foto's schuiven als het ware per verdieping mee terwijl ook hier een woord steeds op dezelfde hoogte blijft. Het werk dat Patrick Merckaert hier gepresteerd heeft is van een uitzonderlijke klasse, het is nergens opdringerig en overal aanwezig. Hij betekent de ruimte. Hij maakt gebruik van de beperkte mogelijkheden maar weet dat op zo'n performante en creatieve manier te doen dat je er even stil bij wordt. En dat is ongetwijfeld ook zijn bedoeling: het even stil te laten worden, je in de gelegenheid stellen om te reflecteren, om je leven te betekenen. En dat kan, ook in een kantoorgebouw. Daarom is Merckaert zonder twijfel een man van betekenis. Daan Rau, Januari 2003.